www.UfoQuest4Truth.com

UFO WAARNEMINGEN WEBSITE
Click to view full size image
Chemtrails Boven Zeist op 4 maart 2005
Dit zijn allemaal CHEMTRAILS! Er is op deze foto geen enkele natuurlijke echte wolk te zien, het zijn louter Afvalsporen uit stealth-jets...

HAARP - een wapensysteem dat het klimaat ontregelt
Op 5 februari 1998 organiseerde de Subcommissie veiligheid en ontwapening van het Europees
Parlement een hoorzitting over o.a. HAARP. Vertegenwoordigers van de NAVO en de VS waren
uitgenodigd, maar zij verkozen niet deel te nemen. De Commissie betreurt dat de VS niemand
stuurde om vragen te beantwoorden en geen gebruik maakte van de mogelijkheid het gepresenteerde
materiaal van een toelichting te voorzien(24).
HAARP; programma voor het onderzoek van hoogfrequente straling (High Frequency Active
Auroral Research Project) wordt gezamenlijk uitgevoerd door de Amerikaanse luchtmacht en
marine, in samenwerking met het Geophysical Institute of the University of Alaska, Fairbanks.
Soortgelijke proeven worden eveneens uitgevoerd door Noorwegen, waarschijnlijk op de Zuidpool,
maar ook in de voormalige Sovjetunie(25). HAARP is een onderzoeksproject in het kader waarvan
met uitrusting op de grond, een net van antennes die ieder hun energie ontvangen van een eigen
zender, delen van ionosfeer worden opgewarmd(26) met krachtige radiogolven. De gegenereerde
energie warmt bepaalde delen van de ionosfeer op met het gevolg dat er in de ionosfeer eveneens
gaten vallen en kunstmatige lenzen ontstaan.
HAARP kan voor vele doelen worden ingezet. Door de elektrische eigenschappen in de atmosfeer
te manipuleren kunnen enorme krachten worden gestuurd. Indien dit wordt gebruikt als wapen
kunnen de gevolgen voor de vijand verwoestend zijn. Door middel van HAARP kan miljoenen
malen meer energie naar een exacte plaats worden gedirigeerd dan met iedere andere traditionele
zender. De energie kan eveneens worden gericht tegen een bewegend doel, hetgeen nuttig kan zijn
bij de bestrijding van vijandelijke raketten.
DOC_NE\RR\370\370003 - 20 - PE 227.710/def.
Het project maakt het eveneens mogelijk beter met onderzee?rs te communiceren en de
weersomstandigheden op de wereld te manipuleren. Ook het tegenovergestelde is echter mogelijk,
namelijk het storen van de communicatie. Door de ionosfeer te be?nvloeden kan de mondiale
communicatie worden gestoord, terwijl tegelijkertijd de mededeling van de gebruiker doorkomt. Een
andere toepassing van het systeem is het maken van r?ntgenfoto's van de aarde tot op enkele
kilometers diepte (via aarddoordringende tomografie) om aardolie- en gasvelden te lokaliseren, maar
eveneens onderaardse militaire uitrusting. Radar die over de horizon heen kan kijken en objecten op
lange afstand kan defini?ren, is een verdere toepassing van het HAARP-systeem. Op deze manier
kunnen naderende objecten worden opgezocht achter de kromming van het aardoppervlak.
Sinds het begin van de jaren '50 heeft de VS in de Van Allen-gordels kernmateriaal tot ontploffing
gebracht om te onderzoeken welke gevolgen kernontploffingen op zo grote hoogte wegens de
elektromagnetische pulsen die tijdens de explosie ontstaan, hadden voor de doorgifte van
radiosignalen en voor de werking van radar. Zo ontstonden nieuwe magnetische stralingsgordels die
vrijwel de hele aarde omvatten. De elektronen bewogen zich langs magnetische-veldlijnen en
veroorzaakten boven de Noordpool een kunstmatig noorderlicht. Het gevaar bestaat dat de Van
Allen-gordel ten gevolge van deze militaire tests langdurig ernstig ontregeld wordt. Het magnetisch
veld van de aard kan over grote gebieden worden gestoord waardoor radiocommunicatie onmogelijk
wordt. Volgens Amerikaanse wetenschappers kan het honderden jaren duren voordat de Van Allengordel
weer gestabiliseerd is. HAARP kan veranderingen in weerpatronen met zich meebrengen. Het
kan eveneens van invloed zijn op het hele ecosysteem, met name in de gevoelige Zuidpool-regio.
Een bijkomend ernstig gevolg van HAARP zijn de gaten in de ionosfeer die worden veroorzaakt
door de krachtige radiostralen die worden uitgezonden. De ionosfeer beschermt ons tegen kosmische
straling van buiten. Gehoopt wordt dat de gaten zich weer vullen, maar de ervaringen met
veranderingen van de ozonlaag wijzen in tegengestelde richting. Dit betekent dat de beschermende
ionosfeer grote gaten vertoont.
Door de enorme gevolgen voor het milieu is HAARP een mondiaal probleem en het is te betwijfelen
of de voordelen van deze systemen werkelijk opwegen tegen de gevaren. De ecologische en ethische
gevolgen moeten diepgaand worden onderzocht voordat verder onderzoek en proeven worden
uitgevoerd. HAARP is bij de publieke opinie vrijwel geheel onbekend en het is van belang dat het
algemene besef inzake dit project wordt verruimd.
HAARP is gekoppeld aan vijftig jaar intensief ruimte-onderzoek van duidelijk militaire aard, o.a.
in het kader van "Star Wars", met de bedoeling de bovenste lagen van de atmosfeer en de
communicaties te beheersen. Dit soort onderzoek moet als een ernstige verstoring van het milieu
worden beschouwd, die eventueel onvermoede gevolgen voor het menselijk leven kan hebben.
Niemand weet momenteel zeker welke gevolgen HAARP met zich mee kan brengen. De cultuur van
geheimzinnigheid in verband met militair onderzoek moet worden bestreden. Het recht op
openbaarheid en democratische controle van militaire onderzoeksprojecten en van parlementair
onderzoek moet worden bevorderd.
Tegen het licht van een reeks internationale wetten (Verdrag inzake het verbod van militair of ieder
ander vijandelijk gebruik van technieken om het milieu te veranderen, het Zuidpool-verdrag, het
Verdrag houdende beginselen voor het gedrag van de landen bij het onderzoek van de ruimte, met
inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en het VN-verdrag inzake zeewetgeving) komt
HAARP naar voren als zeer twijfelachtig, niet alleen vanuit menselijk en politiek standpunt, maar
ook vanuit juridische optiek. Volgens het Zuidpool-verdrag mag de Zuidpool uitsluitend worden
(27) Artikel 1, Zuidpool-verdrag.
(28) Openbare onderzoeken van de overheid, SOU 1992: 104, blz. 54.
(29) Defensie en milieu, FM sectorieel verslag voor 1995, blz. 8.
(30) Alleen al het Zweedse leger produceert ieder jaar 866.199 ton koolstofdioxide, ibid blz. 60.
DOC_NE\RR\370\370003 - 21 - PE 227.710/def.
gebruikt voor vreedzame doelen(27). Dit betekent dat HAARP een overtreding van het volkerenrecht
is. Alle gevolgen van de nieuwe wapensystemen moeten door onafhankelijke internationale
instanties worden onderzocht. Er moeten aanvullende internationale overeenkomsten worden
opgesteld om het milieu tijdens oorlogen te beschermen tegen onnodige aantasting.
Invloed van militaire activiteiten op het milieu
Niet alleen de wapensystemen van de strijdkrachten, maar in het algemeen alle militaire activiteiten
hebben op de een of andere manier gevolgen voor het milieu, zelfs oefeningen die in vredestijd
worden gehouden. Wanneer wordt gesproken over milieuvernietiging wordt in het algemeen niet
ingegaan op de rol van de strijdkrachten, er is uitsluitend kritiek geweest op de invloed die de
burgermaatschappij heeft op het milieu. Hiervoor zijn ten minste twee verklaringen(28). Militaire
activiteiten zijn wegens de geheimhouding moeilijker bespreekbaar en het valt niet mee het hoogste
belang van de staat, te weten de veiligheid en verdediging, af te zetten tegen het milieu. Nu milieuen
natuurrampen een ernstige bedreiging van de veiligheid vormen, lijken deze argumenten echter
dubieuzer.
Het defensie-apparaat probeert zich in vredestijd in zo realistisch mogelijke omstandigheden voor
te bereiden op zijn oorlogstaken. Het voert zijn oefeningen dan ook uit onder oorlogsachtige
omstandigheden, hetgeen betekent dat het milieu ernstig wordt belast. Dit wordt bijvoorbeeld
aangetoond door de terugtrekking van de Sovjettroepen en de verlaten militaire bases in Oost- en
Midden-Europa, die diepe sporen hebben achtergelaten in het milieu ter plaatse. Militaire oefeningen
brengen enorme schade met zich mee voor landschap en fauna. Manoeuvres veroorzaken in grote
gebieden enorme schade aan het milieu. Testzones voor artillerie en tactische projectielen vergen
steeds grotere oppervlakten voor militaire doeleinden. Ook de productie van oorlogstuig en de
militaire industrie veroorzaakt op grote schaal milieuproblemen.
Defensie veroorzaakt de uitworp van een aantal broeikasgassen, met name kooldioxide, maar
eveneens de verbranding van fossiele brandstoffen en de uitstoot van freonen, die ertoe leiden dat
de ozonlaag dunner wordt(29). De consumptie van vliegtuigbrandstoffen is een omvangrijke bron van
de uitworp van verzurende stoffen zoals stikstofoxiden en zwaveloxide. Defensie neemt een groot
deel van het totale verbruik van vliegtuigbrandstoffen voor haar rekening en is verantwoordelijk voor
een zeer groot deel van de totale uitworp door vliegtuigen(30). Een bijzonder schadelijke invloed op
het milieu hebben hoogvliegende vliegtuigen en raketten, door het lawaai dat ze produceren en door
de lozing van vliegtuigbrandstof. Alle raketten met vaste-brandstofaandrijving produceren grote
hoeveelheden zoutzuur in de uitlaatgassen en iedere vlucht met het ruimteveer brengt circa 75 ton
ozonvernietigend chloor in de dampkring. Ook het lawaai van militaire oefeningen met groot kaliber
munitie kan leiden tot verstoringen van het milieu.
Verontreiniging met metalen treedt in de natuur op tijdens schietoefeningen, veelal worden grote
hoeveelheden loodhoudende munitie van klein kaliber gebruikt en grote hoeveelheden lood worden
in de natuur verspreid. Helaas ontbreken globale gegevens over het gebruik van metalen.
Pas onlangs is gewezen op de milieuproblemen die ontwapening met zich meebrengt. Ieder jaar
worden grote hoeveelheden explosieven vernietigd, hoofdzakelijk via industri?le methoden.
Sommige munitie kan om diverse redenen niet op deze manier worden vernietigd, maar moet tot
(31) Handboek milieu ten behoeve van Defensie.
(32) "Environmental Guidelines for the Military Sector" met steun van het NAVO-comit? Challenges of Modern
Society.
(33) Agenda 21 en de Verklaring van Rio zijn concrete resultaten van de VN-conferentie over milieu en
ontwikkeling die in 1992 in Rio de Janeiro is gehouden.
DOC_NE\RR\370\370003 - 22 - PE 227.710/def.
ontploffing worden gebracht. Uiteraard is deze geleidelijke vernietiging noodzakelijk en positief,
maar deze activiteiten moeten in milieutechnisch aanvaardbare vormen worden gegoten. Er moet
een milieutechnisch gezonde technologie worden ontwikkeld voor de vernietiging van wapens.
Diverse landen benutten reeds de mogelijkheden militaire kredieten te gebruiken voor het herstel van
door de strijdkrachten beschadigd milieu. Alle andere maatschappelijke sectoren moeten hun
verantwoordelijkheid voor het milieu aanvaarden en hetzelfde moet ook voor de militaire sector
gelden. Milieuproblemen moeten, evenals in de andere maatschappelijke sectoren, onlosmakelijk
deel vormen van de activiteiten van het defensie-apparaat en zij moeten tijdens de besluitvormingsen
begrotingsprocedure in overweging worden genomen. In mei 1993 besloot UNEP (United Nations
Environment Programme), het milieu-orgaan van de Verenigde Naties, de nationale regeringen te
verzoeken nationale wetten aan te nemen voor de militaire sector, "Application of Environmental
Norms to Military Establishments". O.a. Finland heeft een "Groenboek" opgesteld om de invloed
van militaire activiteiten op het milieu te reglementeren. Hetzelfde heeft ook Zweden gedaan (31).
Eveneens heeft Zweden in juni 1996 met de VS milieurichtsnoeren opgesteld voor de activiteiten
van de strijdkrachten(32). Defensie moet milieudoelen stellen en maatregelen voorstellen om ertoe
bij te dragen dat het milieu in mindere mate wordt aangetast, overeenkomstig Agenda 21 en de
"Verklaring van Rio"(33). Zij dient eveneens verslagen op te stellen waarin wordt bepaald welke
invloed Defensie heeft op het milieu. Milieu-effectrapportages moeten worden opgesteld voordat
met nieuwe projecten wordt begonnen en wanneer materieel wordt aangeschaft voor civiel of militair
gebruik.
Iedere regering moet een inventaris opstellen van haar milieu-eisen en de militaire middelen bepalen
die beschikbaar zijn voor milieudoelen, nationale milieuprogramma?s opstellen en de ervaringen
rapporteren aan het bevoegde orgaan in de Europese Unie en de Verenigde Naties.
Alle militair personeel en ook de dienstplichtigen moeten fundamentele instructie in milieukennis
krijgen. Er wordt van uitgegaan dat de Amerikaanse strijdkrachten op milieugebied ver gevorderd
zijn, met name in de sector materieel, maar ook qua opleiding. De Europese Unie moet nauwer
samenwerken met de VS en ervaringen in deze sector uitwisselen.
Strategie?n om militaire middelen in te zetten ter bescherming van het milieu
Voorkoming van milieucrises vergt infrastructuur, organisatie en meer middelen. Deze zijn in de
strijdkrachten beschikbaar. Tal van middelen die thans tot de militaire sector behoren, kunnen
worden gebruikt ter bescherming, verbetering en herstel van het milieu. Dit verloopt in essentie via
twee stappen: een inventarisatiefase, waarin wordt vastgesteld in hoeverre de militaire middelen
inzetbaar zijn en een politiek actieprogramma ter waarborging van hun beschikbaarheid.
De militaire middelen verschillen uiteraard aanzienlijk per land, maar zij omvatten goed opgeleid
personeel, technici, geavanceerde technologische uitrusting, organisatievermogen en militair
onderzoek en ontwikkeling. De militaire sector bekleedt in tal van opzichten een unieke positie
wanneer het aankomt op vergroting van het vermogen van de internationale burgermaatschappij om
milieustrategie?n uit te voeren. Militair personeel is uitstekend toegerust om in rampsituaties in actie
te komen. De strijdkrachten zijn, in tegenstelling tot burgerorganisaties, opgeleid, om onder extreme
(34) Charting potential uses of resources allocated to military activities for civilian endeavours to protect the
environment, UN: A46/364 1991.
DOC_NE\RR\370\370003 - 23 - PE 227.710/def.
omstandigheden taken uit te voeren. Zij kunnen eveneens worden ingezet voor interventies bij
milieu-ongelukken en voor de behandeling en vernietiging van uiterst giftige, radioactieve en andere
gevaarlijke stoffen.
Defensie beschikt eveneens over een grote hoeveelheid gegevens die kunnen bijdragen tot de
opsporing van veranderingen in de atmosfeer, in de zee en op het aardoppervlak, om aldus vooraf
te waarschuwen tegen milieurampen en deze te voorkomen. Militaire satellieten, vliegtuigen,
oppervlakteschepen en onderzee?rs zijn in staat aanvullende informatie te verzamelen over
klimaatveranderingen en over stromingen en temperatuurveranderingen in de zee. Voor militaire
doelen ontwikkelde radar kan worden ingezet voor milieudoelen. Infraroodradar kan
temperatuurveranderingen aan het aardoppervlak ontdekken. Amerikaanse militaire satellieten zijn
bijvoorbeeld gebruikt om het aantal walvissen vast te stellen, en om deze dieren te categoriseren en
te redden.
De milieuproblemen zijn mondiaal van aard en internationale samenwerking is dan ook van
doorslaggevende betekenis om in de toekomst milieurampen te voorkomen. Gemeenschappelijke
internationale actie kan ook een dubbel doel dienen; zij kan vertrouwen scheppen, juist vanwege haar
gemeenschappelijke aard; men helpt elkaar. Deze actie kan landen er eveneens van overtuigen een
redelijk deel van de milieuverantwoordelijkheid op zich te nemen, in verhouding tot hun
vermogen(34). Belangrijke sectoren voor gezamenlijke maatregelen kunnen zijn de overdracht van
technologie, gezamenlijke opleiding en instructie.
Milieustrategie?n moeten de bewaking van het milieu op aarde, de evaluatie van verzamelde
gegevens, de co?rdinatie van de wetenschappelijke werkzaamheden en de verspreiding van
informatie omvatten. Als bijzondere vorm van internationale hulp moeten nationale middelen ter
beschikking worden gesteld van EU en Verenigde Naties, zodat deze, indien nodig, ter beschikking
kunnen worden gesteld van een door een milieuramp getroffen land. In het kader van de
milieustrategie?n moet eveneens een mondiale inventaris worden opgesteld van middelen die
geschikt zijn voor de bescherming van het milieu.
Een uit civiel en militair personeel samengestelde rampeneenheid kan worden opgericht om in
noodgevallen te worden ingezet. Reeds thans is het een belangrijke taak van de strijdkrachten deel
te nemen aan internationale vredesbevorderende en humanitaire acties. Er moet echter verschil
worden gemaakt tussen dergelijke taken binnen de nationale grenzen en in de jurisdictie van een
ander land. In dit verband kan lering worden getrokken uit de ervaringen van de VN en uiteraard
dienen oefeningen en interventies op het grondgebied van een ander land te geschieden
overeenkomstig internationale wetten. Onderzocht moet worden welke middelen, als instrument voor
samenwerking in geval van milieurampen en -crises incidenteel, op lange termijn of op stand bybasis
ter beschikking kunnen worden gesteld van de VN of de Europese Unie.
De bi- en multilaterale militaire samenwerking is fors toegenomen. In het kader van de NAVO wordt
een Deens-Duits-Poolse eenheid opgezet die naast traditionele taken ook kan worden ingezet voor
civiele rampenhulp. In het voorjaar van 1999 zal deze eenheid naar verwachting operatief zijn.
Technologische middelen in het militaire establishment
De militaire sectoren van de lidstaten van de Europese Unie zijn vaak onderzoeks- en
ontwikkelingsintensief. De grote militaire mogendheden beschikken niet alleen over een enorme
(35) Voorstel 1995/96:12 Dienstplicht in vernieuwing.
(36) Opleiding van civieldienstplichtigen in milieudienst en Opleiding van milieudienstplichtigen, milieubrigade
Bor?s.
(37) Het opleidingsvoorstel is gebaseerd op het regiment in Bor?s, maar kan ook worden toegepast op andere
eenheden.
DOC_NE\RR\370\370003 - 24 - PE 227.710/def.
technologische capaciteit, maar deze is bovendien, in tegenstelling tot conventionele wapens, niet
het slachtoffer geworden van bezuinigingen. De ontwikkeling van nieuwe, verfijnde wapens gaat
door. De militaire sector zal op korte termijn vermoedelijk een van de belangrijkste consumenten
van geavanceerde technologie worden.
De meeste moderne technologie?n zijn duaal, d.w.z. ze kunnen worden gebruikt voor militaire en
civiele doelen. Dit houdt in dat militaire technologie?n zonder kostbare wijzigingen kunnen worden
overgebracht naar de civiele sector. Er zij echter op gewezen dat de uiterst gecompliceerde militaire
systemen, die gebaseerd zijn op geavanceerde technologie?n, niet zijn gebouwd voor milieudoelen,
maar bepaalde aanpassingen vergen.
De technologische capaciteit van de militaire organisatie in de meeste ontwikkelingslanden is niet
voldoende om het hoofd te bieden aan de milieuproblemen waarmee deze worden geconfronteerd.
De landen in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en de landen in Afrika vertonen een enorm
gebrek aan technologie en kennis omtrent het milieu. Vanuit internationaal standpunt is de
overdracht van technologie en kennis dan ook een uiterst belangrijke taak voor Defensie.
De verzameling van milieugegevens en waarnemingen kan worden vergemakkelijkt door de inzet
van schepen, vliegtuigen en ruimtevaartuigen om milieuvergrijpen zoals het storten van afval en het
lozen van olie, of natuurlijke gevaren zoals bosbranden, te ontdekken en op te sporen.
Een andere mogelijke toepassing van militaire middelen is het gebruik van militair vermogen om
bedrijvigheid die schadelijk kan zijn voor het milieu in het oog te houden. Militaire middelen kunnen
eveneens worden gebruikt om landbouw, droogte, bosaanplant en grondgebruik in het oog te houden.
Andere toepassingsgebieden kunnen zijn hulpacties in ontwikkelingslanden o.a. in de vorm van
vervoer en inzet bij rampen, het storten van kalk in zee?n en bossen met behulp van militaire
vliegtuigen en vaartuigen, maar eveneens de bestrijding van olielozingen en onderzoeks- en
ontwikkelingsmiddelen ten behoeve van algemene milieu-acties.
Soldaten in dienst van het milieu - een voorbeeld
Op 13 december 1996 besloot de Zweedse Rijksdag tot een speciale investering voor milieubeheer
binnen Defensie, en tot de uiteindelijke opleiding van tienduizend dienstplichtigen per jaar in het
kader van de bescherming van de burgerbevolking(35). Het besluit is tot nu toe nog niet uitgevoerd,
maar het diende als uitgangspunt voor een voorstel van een groep officieren(36). Het voorstel werd
op een hoorzitting van de Subcommissie veiligheid en ontwapening van het Europees Parlement op
19 mei 1998 gepresenteerd. Hieronder volgt een korte samenvatting(37).
De opleiding tot milieubeschermingssoldaat in het kader van de basisopleiding voor dienstplichtigen
is volstrekt mogelijk en eveneens noodzakelijk om de middelen en de capaciteit te krijgen die nodig
zijn voor de aanpak van milieuproblemen. De opzet van een dienstplichtopleiding in milieudienst
benut aanzienlijke maatschappelijke middelen en zorgt voor een nieuwe bron van internationale
milieu-investeringen.
DOC_NE\RR\370\370003 - 25 - PE 227.710/def.
De opleiding van milieusoldaten kan gebeuren in samenwerking met de diverse instanties van
Defensie, gemeenten, provinciale besturen, universiteiten en hogescholen, maar eveneens
milieu-organisaties, bedrijfsleven (b.vj. petrochemische industrie, energie-industrie,
winningsindustrie en andere verwerkende industrie?n) en internationale partners.
De milieudienstplichtigen moeten in eerste instantie worden opgeleid voor de bedreiging van het
milieu die in oorlogstijd toeneemt, maar eveneens om in vrede en oorlogstijd te worden ingezet als
reddings- en opruimeenheden. Uiteindelijk worden volgens het voorstel zes compagnie?n per
milieubrigade opgeleid in twee lichtingen, d.w.z in totaal 12 compagnie?n per brigade per jaar. De
opleiding is in handen van een opleidingsleider, een hoofd verkenning en informatie en een
commandant. Deze personen geven leiding aan zes milieucompagnie?n die bestaan uit een
compagniescommandant, een milieutechnicus, een compagnietechnicus, een adjudant en 12
opleiders. De milieutechnicus onderhoudt nauwe contacten met de BB, maar eveneens met
onderzoekers. Ter ondersteuning van hun werkzaamheden beschikken ze over een intendancedienst,
een kantine en milieudienstplichtigen en gewone dienstplichtigen. In eerste instantie ontvangen de
groepshoofden een opleiding als leider, en een zekere fundamentele opleiding op het gebied van
milieubescherming.
In de eerste fase van de opleiding moeten de soldaten een fundamentele gevechts- en
milieubeschermingsopleiding krijgen waarbij de nadruk valt op de gevechtsopleiding en de
lichamelijke training. Daarop volgen milieu-opleiding en materiaalinstructie, die zijn ingesteld op
de respectieve posities van de soldaten. De eindfase van de opleiding wordt gebruikt voor
gereserveerde, d.w.z. geplande milieu-acties. Tijdens de basisopleiding kunnen
milieudienstplichtigen niet alleen worden ingezet voor geplande milieu-acties, maar bij acute
milieurampen kunnen zij hulp verlenen in geval van bosbranden, sneeuwstormen,
aardverschuivingen en dergelijke. Als een milieubrigade bestaan had, was het mogelijk geweest snel
en doelmatig op te treden bij de overstromingen in Polen, Tsjechi? en Duitsland in 1997, de
dijkdoorbraak in Spanje en de aardverschuiving in Itali? in 1998.
Na de basisopleiding moet het opgeleide personeel in vredestijd en in oorlog vijf jaar lang binnen
24 tot 48 uur mobilisabel zijn ingeval van milieurampen of andere noodsituaties. Dit kan wettelijk
verplicht worden gesteld of op vrijwillige basis geschieden.
In operatief verband is de milieubeschermingscompagnie een mobiele eenheid met als voornaamste
taak binnen en buiten de nationale grenzen Zweedse gemeenten te saneren en de door andere landen
geuite saneringswensen uit te voeren. (Alleen al in Zweden bevinden zich 10.000 "milieubommen"
van verschillende aard die moeten worden gesaneerd.) De compagnie vervult haar taken zelfstandig
of in samenwerking met andere compagnie?n en eenheden van de BB, onder leiding van de BB en/of
van de gemeente die de opdracht verstrekt. Doordat zij beschikt over eigen vervoer kan de
compagnie bij nationale acties binnen drie etmalen worden herverdeeld over diverse taken.
Evenals het geval is bij VN-vredestaken, kunnen milieubeschermingssoldaten in internationaal
verband en op basis van vrijwilligheid dienst doen.
DOC_NE\RR\370\370003 - 26 - PE 227.710/def.
BIJLAGE
19 mei 1995 B4-0551/95
ONTWERPRESOLUTIE
ingediend overeenkomstig artikel 45 van het Reglement
door Elisabeth Rehn
over de mogelijke aanwending van voor militaire doeleinden bedoelde middelen ten behoeve van
milieustrategie?n,
opgenomen bij besluit van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid
Het Europees Parlement,
A. overwegende dat de huidige internationale ecologische en milieuproblemen worden gekenmerkt
door nieuwe bronnen van onzekerheid en conflicten,
B. overwegende dat deze veranderingen dienen te worden weerspiegeld in de inhoud en vorm van
maatregelen waarmee veiligheid kan worden gecre?erd en gehandhaafd, met andere woorden
in veiligheids- en defensiebeleid,
C. rekening houdend met de noodzaak van een herschikking van de doelen en middelen voor deze
beleidsterreinen,
D. overwegende dat het voor een dergelijk initiatief noodzakelijk is toereikende middelen vrij te
maken, teneinde de uitdagingen van de milieubescherming op doeltreffende wijze te kunnen
aangaan en rekening houdend met het unieke potentieel van militaire inrichtingen voor de
uitbreiding van de mogelijkheden om dit doel te bereiken,
E. overwegende dat het initiatief tot integratie van voor militaire doeleinden bedoelde middelen
in milieustrategie?n voor de Europese Unie een kans zou zijn om een voortrekkersrol te
vervullen op het gebied van nieuwe en vreedzame middelen,
F. overwegende dat de kosten van de tenuitvoerlegging van deze strategie?n in de komende tien
jaar kunnen oplopen tot 774 miljard dollar en dat daaruit blijkt dat samenwerking noodzakelijk
is,
G. overwegende dat er een nieuw scala van tot dusver niet onderzochte mogelijkheden is ontstaan
als gevolg van de nieuwe internationale situatie, de politieke ontspanning en de militaire
de?scalatie,
1. stelt voor een Europees actieplan op te stellen voor de integratie van voor militaire doeleinden
bedoelde middelen in milieustrategie?n.
(38) Bron: Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). IN 1988 bedroegen de wereldwijde militaire
uitgaven rond 1066 miljard dollar, in 1997 schatte SIPRI de uitgaven op ca. 704 miljard dollar.
DOC_NE\RR\370\370003 - 27 - PE 227.710/def.
26 november 1998
ADVIES
(artikel 147 van het Reglement)
aan de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid
inzake milieu, veiligheid en buitenlands beleid (verslag-Theorin)
Commissie milieubeheer en volksgezondheid en consumentenbescherming
Rapporteur voor advies: Karl-Erik Olsson
PROCEDURE
De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming benoemde op haar
vergadering van 20 juli 1998 de heer Olsson tot rapporteur voor advies.
Zij behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 12 oktober en 25 november 1998.
Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 26 stemmen voor en 2 tegen bij 1 onthouding haar
goedkeuring aan de conclusies ervan.
Aan de stemming namen deel: de leden Collins, voorzitter; Dybkj?r, ondervoorzitter; Olsson,
rapporteur voor advies; d'Aboville, Blokland, Bowe, Breyer, Cabrol, Correia, Eisma, Estevan Bolea
(verving B?b?ar), Flemming, Florenz, Gonz?lez ?lvarez, Graenitz, Hulth?n, Kuhn, Lange (verving
D?ez De Rivera Icaza), Leopardi, McKenna, Oomen-Ruijten, Pimenta (verving Burtone), Pollack,
Roth-Behrendt, Tamino, Trakatellis, Valverde L?pez, Virgin en White.
1. INLEIDING
De ineenstorting van de Sovjet-Unie, het einde van de Koude Oorlog en de daaropvolgende
ontwapening hebben ertoe geleid dat de wereldwijde militaire uitgaven sinds 1988 met 34% zijn
gedaald(38). Hierdoor zijn omvangrijke middelen vrijgekomen; tegelijkertijd vormen factoren als
bevoorradingscrises, milieuproblemen, migratie, nationalisme, etnische conflicten en
grensoverschrijdende criminaliteit in toenemende mate een bedreiging van de internationale
stabiliteit. Andere factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van de veiligheid op lange termijn
zijn bijvoorbeeld de vernietiging van het milieu en gebrek aan drinkwater en voedsel.
Dit betekent dat milieu-overwegingen in alle opzichten moeten worden ge?ntegreerd in het
veiligheidsbeleid en dat milieu-investeringen een belangrijke rol spelen in het streven naar stabiele
veiligheid in de toekomst.
DOC_NE\RR\370\370003 - 28 - PE 227.710/def.
2. ALGEMENE OPMERKINGEN
Er is vandaag de dag geen sprake van een rechtstreekse militaire bedreiging van Europa en de kans
op een grootschalige oorlog is vrijwel nihil. Tegelijkertijd zijn er evenwel andere, niet-militaire
bedreigingen ontstaan, zoals de aanhoudende vernietiging van het milieu. Tekort aan drinkwater,
woestijnvorming, klimaatverandering en ongevallen in chemische bedrijven en kerncentrales vormen
een re?el gevaar voor de internationale veiligheid. De rechten op de slinkende natuurlijke
rijkdommen zijn niet langer voornamelijk een instrument van het marktbeleid, maar vaak zelf de
oorzaak van internationale conflicten.
Het begrip Europese veiligheid en defensie moet dan ook in die zin worden verruimd dat in grote
mate rekening wordt gehouden met factoren die het milieu bedreigen. De militaire sector kan met
zijn middelen en bekwaamheden bijdragen tot verbetering van de milieubescherming, bijvoorbeeld
via satellietbewaking, sanering na ongevallen in industriebedrijven en kerncentrales en acties bij
natuurrampen. Uw rapporteur is van oordeel dat op de nieuwe bedreigingen vooral moet worden
gereageerd met een verschuiving van de begrotingsmiddelen van defensie-activiteiten naar
milieumaatregelen onder niet-militair beheer, zoals preventieve milieu-acties, sanering van bodem
en water, meer reddingsoperaties en rampenbestrijding, alsmede internationale milieuhulp.
Defensie-activiteiten en de wapenindustrie hebben een uiterst negatieve invloed op het milieu; zo
leiden militaire transporten bijvoorbeeld tot uitstoot van broeikasgassen en verzurende stoffen, en
valt grote schade aan de biologische diversiteit te constateren op militaire oefenterreinen, die dan
ook eerst moeten worden gesaneerd voordat zij voor civiele doeleinden kunnen worden gebruikt.
Ondanks hun invloed op het milieu vallen defensie-activiteiten van oudsher niet onder de
milieuwetgeving van de burgermaatschappij. Gezien de steeds grotere druk op het milieu zou ook
de landsverdediging de bestaande milieuwetgeving moeten naleven, en aansprakelijk moeten worden
gesteld voor de sanering van gebieden die schade hebben opgelopen door vroegere militaire
activiteiten. Defensie kan ook een milieuvriendelijker gezicht krijgen door milieudoelstellingen te
defini?ren en het eigen personeel een milieu-opleiding te geven.
Een van de wellicht grootste milieuproblemen die uit de wereldwijde ontwapening voortvloeien is
het gebrek aan controle op afval van vroegere kernwapenactiviteiten en opslagplaatsen voor
biologische en chemische wapens. Het is vaak duurder dergelijke wapens te vernietigen dan ze te
produceren. Voor chemische wapens bedraagt de prijs van vernietiging bijvoorbeeld het tienvoudige
van de productieprijs.
De chaotische economische situatie in Rusland en de voormalige Sovjetrepublieken heeft geleid tot
een gebrek aan controle op overtollige wapens en de opslag hiervan, alsmede tot vertraging bij de
vernietiging van deze wapens. Uw rapporteur dringt dan ook bij de lidstaten aan op intensievere
internationale samenwerking, bijvoorbeeld in het kader van de Verenigde Naties of het Partnerschap
voor vrede, met het doel deze wapens op een zo milieuvriendelijk mogelijke wijze te vernietigen.
Aangezien de defensie-industrie in de meeste lidstaten van de EU in bepaalde regio's geconcentreerd
is, kan de lopende ontwapening tot aanzienlijke regionale crises leiden. De EU en de lidstaten
moeten daarom alles in het werk stellen om de militaire productie en techniek te doen overschakelen
op civiele producten en toepassingen, met behulp van zowel nationale als door de EU gefinancierde
programma's.
DOC_NE\RR\370\370003 - 29 - PE 227.710/def.
3. CONCLUSIES
De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming verzoekt de ten
principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid de volgende
conclusies in haar verslag op te nemen:
A. overwegende dat conflicten in de wereld vaker nationaal dan internationaal van aard zijn en dat
de internationale conflicten die zich voordoen in toenemende mate draaien om de toegang tot
of de beschikbaarheid van vitale hulpbronnen, met name water, voedsel en brandstof,
B. overwegende dat de toegang tot en beschikbaarheid van deze essenti?le natuurlijke hulpbronnen
samenhangen met de achteruitgang en vervuiling van het milieu en er zowel de oorzaak als het
gevolg van zijn, en overwegende dat hieruit logischerwijze voortvloeit dat conflictpreventie
zich in toenemende mate op deze kwesties dient te richten,
C. overwegende dat de druk op vruchtbaar en bewoonbaar land, die altijd een belangrijke oorzaak
van spanningen en conflicten is geweest, in toenemende mate wordt veroorzaakt door de
achteruitgang van het milieu, en in het bijzonder door klimaatverandering en de stijging van
de zeespiegel die daar het gevolg van is,
D. overwegende dat al deze factoren, die vooral de armste en kwetsbaarste volkeren van de wereld
treffen, leiden tot een toename van het aantal "milieuvluchtelingen", hetgeen zowel een
rechtstreekse druk uitoefent op het communautaire immigratie- en justiti?le beleid, op
ontwikkelingshulp en op uitgaven aan humanitaire hulp als een indirecte druk in de vorm van
verhoogde veiligheidsproblemen voor de EU veroorzaakt door de regionale instabiliteit in
andere delen van de wereld,
E. overwegende dat volgens diepgaand internationaal onderzoek dat is bijeengebracht en
gepubliceerd door het Climate Institute te Washington het aantal "milieuvluchtelingen"
momenteel het aantal "traditionele vluchtelingen" overtreft (25 miljoen tegen 22 miljoen), en
dat dit aantal tegen 2010 naar verwachting zal zijn verdubbeld en in het ergste geval nog veel
hoger kan zijn,
F. overwegende dat de kwestie van "milieuvluchtelingen" slechts een symptoom is van een
humanitaire ramp van veel grotere omvang die de 1,3 miljoen mensen betreft die volgens de
definitie van de VN in absolute armoede leven; overwegende dat ruim een kwart van deze
mensen poogt te overleven in gebieden met een uiterst kwetsbaar milieu en de belangrijkste
oorzaak zijn van wereldwijde milieuproblemen zoals ontbossing en woestijnvorming,
G. overwegende dat sinds het einde van de Koude Oorlog de aanpak van wereldwijde problemen
voor het grootste deel is ontdaan van de eerdere dominant aanwezige ideologische context en
nu veel minder wordt gekarakteriseerd door het streven naar een militair evenwicht, maar dat
dit feit nog tot uiting moet komen in het stelsel van de VN voor een wereldwijd bestuur door
de samenhang en doeltreffendheid van zowel de militaire als de niet-militaire componenten van
het veiligheidsbeleid te benadrukken,
H. overwegende dat echter de uitbreiding van activiteiten van de VN op het gebied van politieke
en veiligheidskwesties vooral niet-militair van aard is en met name te maken heeft met het
verband tussen handel, hulp, milieu en duurzame ontwikkeling,
1. verzoekt de Commissie aan de Raad en het Parlement een gezamenlijke strategie voor te
stellen, zoals voorzien in het Verdrag van Amsterdam, waarin de GBVB-component van het
DOC_NE\RR\370\370003 - 30 - PE 227.710/def.
beleid van de EU wordt gecombineerd met het communautaire beleid op het gebied van handel,
hulp, ontwikkelingssamenwerking en internationale milieukwesties voor de periode 2000-2010,
teneinde de volgende kwesties en de verbanden daartussen aan te pakken:
a) landbouw- en voedselproductie en de achteruitgang van het milieu;
b) watertekorten en grensoverschrijdende watervoorziening;
c) ontbossing en het herstel van koolstofputten;
d) werkloosheid, onvolledige werkgelegenheid en absolute armoede;
e) duurzame ontwikkeling en klimaatverandering;
f) ontbossing, woestijnvorming en bevolkingsgroei;
g) het verband tussen bovengenoemde punten met de opwarming van de aarde en de
humanitaire en ecologische gevolgen van steeds vaker voorkomende klimatologische
rampen;
2. is van mening dat de gezamenlijke strategie van de EU elk van bovengenoemde factoren dient
te benaderen in de context van de afzonderlijke of gezamenlijke bijdrage ervan aan de
internationale criminaliteit, met name drugssmokkel, de groeiende immigratiedruk op de EU
en de gevolgen voor het communautaire buitenlands, ontwikkelings- en veiligheidsbeleid tegen
de achtergrond van de gevolgen voor de regionale stabiliteit en ontwikkeling;
3. stelt vast dat milieuproblemen vandaag de dag de grootste bedreiging van de mensheid vormen
en dat het huidige vijandbeeld bestaat uit klassieke markconflicten, en zelfs niet-militaire
bedreigingen zoals bevoorradingscrises en milieuproblemen omvat;
4. stelt vast dat preventieve milieumaatregelen een belangrijk instrument van het veiligheidsbeleid
zijn; dringt er daarom bij de lidstaten op aan in hun lange-termijnoverwegingen en -plannen op
het gebied van defensie en veiligheid en in hun militaire onderzoek doelstellingen op het gebied
van milieu en volksgezondheid op te nemen;
5. erkent de belangrijke rol die het leger speelt in de democratische samenleving, de taken van het
leger voor de verdediging van het land en het feit dat initiatieven voor vredeshandhaving en
vredestichting een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van schade aan het
milieu;
6. dringt er bij de lidstaten op aan de voor de burgermaatschappij geldende milieuwetgeving ook
op alle militaire activiteiten toe te passen en defensie aansprakelijk te stellen voor het
onderzoeken, opruimen en saneren van gebieden die schade hebben opgelopen als gevolg van
vroegere militaire activiteiten, zodat deze gebieden opnieuw voor civiele doeleinden kunnen
worden gebruikt; wijst erop dat dit met name van belang is met betrekking tot de omvangrijke
stortplaatsen voor chemische en conventionele munitie langs de kusten van de EU;
7. dringt er bij alle lidstaten op aan doelstellingen op het gebied van milieu en volksgezondheid
te formuleren en plannen uit te werken voor de verbetering van activiteiten ten behoeve van het
milieu en de volksgezondheid binnen de strijdkrachten van ieder land;
8. stelt vast dat de wereldwijde veiligheidssituatie drastisch is veranderd als gevolg van het einde
van de Koude Oorlog en de gedaalde behoefte aan militaire middelen; dringt bij de lidstaten
aan op een radicale verschuiving van de begrotingsmiddelen van de militaire sector, onder
andere voor direct of indirect militair onderzoek, naar andere sectoren, zoals reddingsoperaties,
rampenbestrijding, water- en bodemsanering en preventieve maatregelen ter bescherming van
het milieu en de bevolking en op de oprichting in de militaire sector van speciale milieueenheden
die snel kunnen worden ingezet bij rampen;
DOC_NE\RR\370\370003 - 31 - PE 227.710/def.
9. acht het gebruik van radioactieve energiebronnen (RTG?s) in ruimtevaartuigen voor zowel
militaire als civiele ruimtevaartprogramma?s (zoals de ruimtesonde Cassini die de aarde volgend
jaar rakelings zal passeren) en de nog altijd voortdurende ontwikkeling van "star wars"-
systemen een grote bedreiging voor het milieu, en roept op tot het onmiddellijk stopzetten van
dergelijke activiteiten, aangezien het nu voor bijna alle ruimtevluchten mogelijk is
zonnepanelen te ontwikkelen als alternatieven voor RTG?s;
10. stelt vast dat een van de wellicht grootste bedreigingen van het milieu in de nabijheid van de
EU het gebrek aan controle op afval van vroegere kernwapenactiviteiten en opslagplaatsen voor
biologische en chemische wapens is, alsmede de ontbrekende sanering na militaire activiteiten;
wijst erop hoe belangrijk het is dat de lidstaten naar intensievere internationale samenwerking
streven, bijvoorbeeld in het kader van de VN of het Partnerschap voor vrede, met het doel
dergelijke wapens op een zo milieuvriendelijk mogelijke wijze te vernietigen;
11. ziet het systeem van het Amerikaanse leger voor manipulatie van de ionosfeer, HAARP, dat
in Alaska is opgesteld in het kader van de ontwikkeling en opstelling van elektromagnetische
wapensystemen voor zowel externe als interne veiligheidsdoeleinden, als een van de ernstigste
nieuwe militaire bedreigingen voor het wereldklimaat en de volksgezondheid, aangezien het
ontworpen is om het uiterst gevoelige en energierijke deel van de biosfeer voor militaire
doeleinden te manipuleren, terwijl nog niet alle effecten daarvan duidelijk zijn, en verzoekt de
Commissie, de Raad en de lidstaten er bij de regeringen van de VS, Rusland en alle andere
landen die zich met dergelijke activiteiten bezighouden op aan te dringen hiermee te stoppen
en zich in te spannen voor een wereldwijd verdrag om dergelijk wapentuig te verbieden;
12. roept in het bijzonder op tot het sluiten van een internationaal verdrag voor een wereldwijd
verbod op onderzoek en ontwikkeling, zowel in de militaire als in de civiele sector, die erop
gericht is om kennis omtrent de werking van de menselijke hersenen op basis van chemische
of elektrische processen, geluidstrillingen of anderszins in te zetten voor de ontwikkeling van
wapens die het mogelijk maken om mensen op enigerlei wijze te manipuleren, met inbegrip van
een verbod op alle eventuele huidige of toekomstige toepassingen van dergelijke systemen;
13. is gezien het bovenstaande van mening dat de bedreiging voor het wereldmilieu die wordt
gevormd door het bestaan en het mogelijke onvoorziene of onbevoegde gebruik van
kernwapens momenteel veel groter is dan enige denkbare bedreiging voor de verdediging en
veiligheid van de vijf offici?le kernwapenlanden zoals gedefinieerd door het Verdrag inzake
de niet-verspreiding van kernwapens (NPT), ter afwering waarvan dergelijke wapens
oorspronkelijk zijn ontworpen en opgesteld;
14. is van mening dat gezien de uiterst moeilijke omstandigheden waar de landen van de
voormalige Sovjet-Unie mee te kampen hebben de bedreiging voor zowel het wereldwijde als
het plaatselijke milieu die wordt gevormd door de verslechterende toestand van kernwapens en
nucleair materiaal in deze landen reden te meer is om zo snel mogelijk een verdrag te sluiten
inzake de verdere stapsgewijze vernietiging van kernwapens;
15. verzoekt de Raad en in het bijzonder de Britse en Franse regeringen om het voortouw te nemen
binnen het kader van het NPT en de Ontwapeningsconferentie met betrekking tot verdere
onderhandelingen inzake het volledig naleven van toezeggingen betreffende de vermindering
en afschaffing van kernwapens op zo kort mogelijke termijn, teneinde een niveau te bereiken
waarbij de wereldwijde voorraad overblijvende kernwapens voorlopig geen bedreiging meer
vormt voor de toestand en duurzaamheid van het wereldmilieu;
DOC_NE\RR\370\370003 - 32 - PE 227.710/def.
16. stelt vast dat aanzienlijk gedaalde defensie-uitgaven tot ernstige regionale problemen kunnen
leiden en dringt er bij de lidstaten op aan zich nog meer in te zetten voor herori?ntatie van de
militaire productie en techniek op civiele producten en toepassingen, met behulp van zowel
nationale programma's als communautaire initiatieven zoals het KONVER-programma;
17. verzoekt het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie om overeenkomstig artikel J.7 van
het Verdrag betreffende de Europese Unie verslag uit te brengen aan het Europees Parlement
over de positie van de Unie met betrekking tot de punten die in deze resolutie naar voren zijn
gebracht in het kader van de komende vergaderingen van de Verenigde Naties en van de
agentschappen en organen van de VN, met name de NPT-voorbereidingscommissie 1999, de
Ontwapeningsconferentie en alle andere relevante internationale fora;
18. verzoekt de Raad er intensiever voor te ijveren dat de VS, Rusland, India en China de
overeenkomst van Ottawa van 1997 inzake het verbod op anti-personenmijnen onverwijld
ondertekenen.

Rate this file (current rating : 4.2 / 5 with 5 votes)
Rubbish
Poor
Fair
Good
Excellent
Great